Vanaf 2025 is er iets belangrijks veranderd in de belastingregels. De hoogte van de algemene heffingskorting wordt dan niet alleen meer bepaald door het inkomen uit werk (box 1), maar ook door het vermogen in box 3.
Dit kan gevolgen hebben voor je werknemers. Het is namelijk mogelijk dat zij bij hun aangifte Inkomstenbelasting (een deel van de) algemene heffingskorting moeten terugbetalen. Hoe dat precies zit? Dat leggen we hieronder graag uit.
Wat is er veranderd?
Tot en met 2024 werd de algemene heffingskorting alleen berekend op basis van het inkomen uit werk en woning (box 1).
Vanaf 2025 telt ook het inkomen uit vermogen (box 3) mee. Denk hierbij aan spaargeld, beleggingen of een tweede woning.
👉 Hoe hoger het totale inkomen (box 1 + box 3), hoe lager de algemene heffingskorting wordt.
Wat betekent dit voor werknemers?
Werkgevers en salarissoftware houden alleen rekening met loon uit dienstbetrekking (box 1).
Zij weten namelijk niet of – en hoeveel – vermogen een werknemer heeft in box 3.
Hierdoor kan het volgende gebeuren:
- De salarissoftware past een te hoge algemene heffingskorting toe (omdat alleen box 1 bekend is)
- De werknemer ontvangt hierdoor netto meer salaris
- Bij de aangifte inkomstenbelasting wordt ook het box 3-vermogen meegenomen
- De Belastingdienst berekent dan een lagere heffingskorting
- Gevolg: de werknemer moet belasting terugbetalen
Belangrijk: dit is géén fout in salarissoftware
Het is belangrijk om te benadrukken:
👉 Dit betekent niet dat de salarisadministratie of salarissoftware een fout heeft gemaakt.
De berekening tijdens het jaar is namelijk gebaseerd op de informatie die beschikbaar is – en dat is alleen het loon uit dienstverband.
De uiteindelijke, juiste berekening vindt altijd plaats bij de aangifte inkomstenbelasting, wanneer alle inkomensbronnen bekend zijn.
Samengevat
Door de nieuwe regels vanaf 2025 kan het voorkomen dat werknemers bij de aangifte inkomstenbelasting moeten bijbetalen door hun vermogen in box 3.
Dit komt niet door een fout in de loonadministratie, maar doordat tijdens het jaar nog niet alle informatie bekend is.
Wat kun je werknemers adviseren?
Om verrassingen in het vervolg te voorkomen, kun je werknemers het volgende meegeven:
- Heb je spaargeld of beleggingen? Houd er rekening mee dat je mogelijk moet bijbetalen
- Controleer of je de loonheffingskorting wilt laten toepassen
- Overweeg om zelf alvast geld te reserveren voor de belastingaangifte
- Of vraag eventueel een voorlopige aanslag aan